De interesse en liefde voor motorrijden zit Sonja Wendriks in het bloed. Haar vader, broer en schoonzus reden ook allemaal motor en haar moeder zat altijd bij haar vader achterop.
Virus
“Mijn vader was heel jong toen hij met motorrijden begon”, vertelt Sonja. “Ik lijk in veel dingen op hem en zal de interesse van hem geërfd hebben. Maar ik was niet de enige die met dat virus besmet was, meerdere familieleden waren dat ook. In 1990 ben ik met lessen begonnen en na twee pogingen heb ik in 1991 mijn rijbewijs gehaald. Het eerste examen was niet naar de zin van de examinator en ik baalde echt dat ik weer naar huis moest, zonder positief resultaat.”
Motorrijles
“Het idee om motorrijles te nemen kwam eigenlijk via een collega, die een mooie motor had. Hij ging ook met me mee naar mijn eerste rijles, toen was ik 23. Mijn eerste motorfiets was een rode Kawasaki LTD 450, dus een 450 cc. Die was redelijk licht, maar ik moest het toen allemaal nog onder de knie krijgen en het was niet verstandig om direct met een zware motor te beginnen.”
M.T.C.O.
“Mijn vader, moeder, broer en schoonzus waren in het verleden lid van M.T.C.O. (Motor Toer Club Oudenbosch) en waar ik ook een poos lid van ben geweest. Dat was altijd een gezellige bedoening, met heel de ploeg een toer maken, onderweg een paar keer stoppen voor koffie en lunchen.”
Weersomstandigheden
“Als ik nu een ritje maak, zoek ik geen drukte op en ga er alleen op uit. Ik ken ook wel een paar vrouwelijke motorrijders, maar ontmoet ze nooit en ik maak ook geen ritten meer met andere rijders. Om enigszins beschermd te zijn moet je je goed aankleden, maar weersomstandigheden kunnen dan wel een nadeel zijn. Als je bij een stoplicht moet wachten bij warm weer, loopt het zweet over je rug.”
Bekeuring
“Als ik een rit maak, probeer ik snelwegen zoveel mogelijk te vermijden, die zijn altijd te druk en te saai. Natuurlijk lukt dat niet altijd, maar dan kan de gashendel ook wel even wat verder open. Ik heb wel eens een bekeuring gehad voor te snel rijden, een overtreding van vier kilometer op een Zeeuwse binnenweg. We reden toen met de club, dus ik was niet de enige die een brief op de mat vond. Het liefst rijd ik door de bossen, langs de zee en op rustige binnenwegen.”
Motorrijvirus
“Mijn eerste motor, de Kawasaki, heb ik zo’n vijf jaar gehad. Ondertussen had ik een zoon gekregen en heb de motor toen verkocht. Zo’n twaalf jaar later had ik weer tijd om te gaan motorrijden en kocht ik een Honda Shadow VT 500, maar die had ik niet lang en heb die al snel ingeruild voor een Honda Shadow WT 1100 C1. In 2013 dacht ik dat ik klaar was met motorrijden en heb de motor verkocht. Vorig jaar ging het echter toch weer kriebelen, want als je met het motorrijvirus besmet bent, kom je daar niet van af. Ik ging weer op zoek en sinds vorig jaar staat er een Honda Shadow VT 1100 C3 in de garage”
Mooie beleving
“Motorrijden kan best wel een gevaarlijke bezigheid zijn en dat ligt vaak niet aan jezelf, maar aan de medeweggebruikers die ons niet zien. Gelukkig heb ik nog nooit een ongeluk gehad en ben ook nog nooit gevallen. Het is en blijft een hele mooie beleving om je vrij te voelen op een motorfiets en te genieten van de omgeving waar je rijdt. Het is zo’n een andere beleving dan wanneer je met de auto rijdt! De wind die je voelt, de bloesem die je ruikt en de motor die je onder voelt. Je bent niet afgesloten van je omgeving zoals in de auto, je maakt er deel van uit.”
Foto’s: ©Sonja Wendriks